Allemaal Vlamingen! (Maar jullie niet)

We gaan het nog één keer citeren. (Gek, hoe oud Latijn weer lijkt.) Nil Volentibus Arduum: dat was de spreuk waarmee het voorbije politieke decennium op gang getrapt werd. Bart De Wever vierde ermee dat zijn N-VA, op 13 juni 2010, de grootste Vlaamse partij geworden was. Nog straffer: hij had Vlaams Belang op de knieën gekregen. Velen, ikzelf incluis, zagen er een logische historische evolutie in: Vlaanderen was een van de eerste Europese regio’s waar een extreemrechtse antimigratiepartij succesvol was geworden, dus sprak het voor zich dat – terwijl andere landen, zoals Nederland, nog volop in de populistische storm zaten – de Vlamingen als eerste weer tot de rede zouden komen.

 

‘Inclusief’, zo noemde De Wever zijn nationalisme, in oppositie tot dat andere. Het verwees ostentatief naar nieuwkomers en allochtonen, die volgens de N-VA wél deel konden uitmaken van de Vlaamse gemeenschap. Maar het was ook een uitnodiging aan (of uitdaging voor) de autochtone Vlamingen: die moesten weer trots worden op hun identiteit. Het was verkeerd om die te relativeren. Zelfs al was ‘de natie’ een verzinsel, dan nog moesten we ze omarmen, want de verbondenheid die ze creëerde, maakte herverdeling mogelijk.

 

Het zou flauw zijn om hier nu te schrijven dat dat allemaal leugens waren. Door een geboren politica als Zuhal Demir, of intelligente activistes als Darya Safai en Assita Kanko zo prominent uit te spelen, toonde de N-VA dat hun nationalisme inderdaad open staat voor Vlamingen uit de minderheden. Het zorgde ook voor een verbreding van de ‘allochtone publieke opinie’; er zijn nu ook rechtse politici met roots in de migratie. Dat is winst. De voorwaarde is uiteraard wel dat zij de partijlijn uitdragen, waardoor het soms lijkt alsof het ‘Fransdolle’ FDF in de jaren 1970 Vlamingen op topposities had gezet om te verkondigen dat de Vlamingen gewoon Frans moesten leren en ophouden met zeuren over de Brusselse rand. De vijandige houding jegens Vlamingen uit de migratie die wél spreken over discriminatie, die belang hechten aan hun islamitische identiteit, of die zich willen emanciperen binnen een etnisch-culturele vereniging, toonde duidelijk de grenzen van de inclusiviteit.

 

 

Volksbederf

 

 

Maar de moeilijkste verhouding ontstond, paradoxaal genoeg, met de autochtone Vlamingen. In de strijd tegen het cultuurrelativisme viseerde de N-VA niet alleen die kleine minderheid van postmoderne filosofen, maar alle cultuurdragers. De hele ‘hogere’ Vlaamse cultuur werd onder vuur genomen: de nieuwsmedia, de kunstwereld en de universiteiten, het socio-culturele middenveld, de onderwijskoepels… Als je De Wever en de zijnen moest geloven, dan was het Vlaamse intellectuele leven volledig overgenomen door politiek-correct links. Maar zelfs als dat klopte, is het dan niet vreemd als een nationalistische partij – die toch zegt trots te zijn op haar cultuur – zich daartegen verzet? Hoort zo’n partij niet per definitie te zeggen: ‘Vlaanderen is wat het is, en wij vinden het fantastisch’?

 

Hier komen we bij de paradox van het moderne nationalisme, waar ook de N-VA niet aan ontsnapt. In theorie is nationalisme inderdaad gemeenschapsvormend. Het gelooft dat de natie de meest natuurlijke vorm van politieke organisatie is, omdat alle leden ervan dezelfde taal, cultuur en tradities delen. Binnen de grenzen leeft dus harmonie en vertrouwen. In de praktijk, evenwel, trekt het hedendaagse nationalisme geen grens tussen volk en volk, maar tussen volk en elite. En die elite behoort, tegenstrijdig genoeg, tot het eigen volk. Bovendien is het een hele grote elite: ze omvat niet alleen alle socio-culturele instituten, maar ook de honderdduizenden, op Europees vlak tientallen miljoenen mensen die zich gewoon thuis voelen in de moderne, stedelijke, kosmopolitische Europese cultuur. (Wat ik een betere omschrijving vind dan ‘winnaars van de globalisering’. De meeste van die mensen zijn niet overdreven rijk of succesvol.) Wat betekent dat, om het volk te kunnen verenigen, een significant deel ervan moet worden bestreden.

 

Ik heb, in het kader van een boek dat ik aan het schrijven ben, recent research gedaan naar het vroege Vlaams Blok. Die groep rond Karel Dillen zag drie bedreigingen voor de Vlaamse identiteit: de Franstaligen, de migranten, en de linkse Vlamingen (in ruime zin). Van de eersten wilden ze zich onafhankelijk verklaren, de tweeden wilden ze terugsturen naar eigen land, maar wat met de derde groep? ‘Volksbederf’ is het woord dat wordt gebruikt. Een aantal keren wordt er expliciet gezegd: als het is om een links Vlaanderen te stichten – in die tijd betekende dat: een Vlaanderen waar abortus is toegestaan, of waar homoseksualiteit normaal is – dan hoeft die onafhankelijkheid voor hen niet. Wat voor zin, immers, heeft een eigen staat voor het Vlaamse volk, als dat volk toch niet meer bestaat?

 

Er zijn veel verschillen tussen dat vroege Vlaams Blok en de N-VA van vandaag. Maar niemand kan erom heen dat de N-VA dezelfde opdeling maakt. Ze vullen de Vlaamse identiteit strikt ideologisch in. Voor autochtone Vlamingen geldt dus in wezen hetzelfde als voor nieuwkomers en allochtonen: pas als je even rechts bent als zij, hoor je erbij. Om die reden is het dan ook onmogelijk voor de N-VA om een gemeenschapsideaal uit te dragen dat zo inclusief is, dat het alle Vlamingen zou kunnen verenigen.

 

 

Brexit

 

 

De N-VA kan ook niet anders. Het moderne nationalisme, in de hele wereld, wordt gedreven door het verzet van de ‘verliezers van de globalisering’ (die, op hun beurt, best rijk kunnen zijn). Dat is een breuklijn die door de naties heen loopt. De enige manier om succesvol te zijn als nationalistische partij, is dus door het ressentiment tegen de eigen volksgenoten op te poken. Het komt door je eigen buren, dat jij jouw cultuur niet meer kan beleven!

 

Het betekent natuurlijk dat een aantal officieel nagestreefde doelstellingen onmogelijk bereikt kunnen worden. Niet alleen de gedeelde Vlaamse identiteit wordt een hersenschim, maar ook de hoofdprijs, de onafhankelijkheid. Immers, zelfs al komt die er, dan nog zal een rechtse meerderheid opgesloten zitten met een linkse minderheid, die ze een buitensporig grote invloed toedicht. Het onafhankelijke Vlaanderen zal dus in niets van België verschillen. Voor de Britten geldt overigens hetzelfde: straks, als Brexit done is, zullen de Brexiteers zich nog steeds gedomineerd voelen door de meer kosmopolitisch ingestelde ‘elites’ in de Londense pers of de zakenwereld.

 

Er bestaat geen oplossing voor deze vervreemding. Tenzij er een partij zou willen pleiten voor een onafhankelijke staat voor nationalisten alleen.

 

Maar hoe logisch ook, zo gek wil niemand het bedenken.