Steekspel

Deze column verscheen in De Standaard van 29 september 2012. Wat vooraf ging: twee weken later, op 14 oktober 2012, zijn er gemeenteraadsverkiezingen en zittend Antwerps burgemeester Patrick Janssens ging voor het eerst in debat met zijn uitdager Bart De Wever.

 

Wat valt er nu af te leiden uit dat eerste Antwerpse kopstukkendebat van afgelopen zondag? Als je de kranten mag geloven: alles en niets. De Standaard vond het een ‘venijnig steekspel’ dat ‘baadde in vitriool’ en ‘droop van het zuur’. ‘Beide tenoren speelden bijwijlen scherp de man’, ja, ‘bitser kon het debat niet van start gaan’.

 

En dan kopt Gazet van Antwerpen: ‘Toenadering tussen De Wever en Janssens.’

 

Hoe kan dat? De beoordelingen zijn compleet tegengesteld. GvA-commentaarschrijver Lex Moolenaer, tevens een van de moderatoren van het debat, zette in zijn editoriaal: ‘Na afloop, bijna twee uur later, hadden veel aanwezigen vooral onthouden hoe mild De Wever zich had uitgelaten over het beleid van zijn grootste rivaal. De N-VA-kopman nam zelfs de verdediging op van Janssens en sp.a-schepen Robert Voorhamme in de discussies over veiligheid en onderwijs. Hij leek al bezig te zijn met het smeden van een coalitie van N-VA en sp.a/CD&V.’

 

En dan schrijft deze krant: ‘Hoe bouwen lijsttrekkers die elkaar het licht in de ogen niet gunnen straks een fatsoenlijke coalitie? Elke dag voorspelt deze campagne dat het uit zal zijn met de politieke stabiliteit in de Scheldestad.’

 

De tweedeling zette zich door in de andere kranten. De Morgen zat op de milde lijn. Zij kopten ‘Langverwacht Antwerps titanendebat komt eigenlijk nooit op gang’ en zagen hoe ‘Patrick Janssens en Bart De Wever opvallend lief voor elkaar bleven.’ Het Laatste Nieuws daarentegen zag ‘twee antipoden, die op elkaar inhakken als ging het om het presidentschap van Amerika in Antwerpen.’ De grote kop in die krant: ‘Harde woorden, weinig verschillen.’

 

Die laatste inschatting bevat wellicht voldoende common ground om het verschil te verklaren. Velen hebben het al geschreven: de visie van de Lijst Bart De Wever op de stad verschilt niet zo erg van die van de Lijst Patrick Janssens. De programma’s benoemen dezelfde problemen, en stellen vaak gelijkaardige oplossingen voor. Dat Janssens alleen in verkiezingstijd een centrumverhaal zou vertellen, klopt niet. Dat De Wever een taal bezigt die steeds meer aan die van Dewinter doet denken, klopt evenmin. Rekening houdende met het feit dat besturen altijd minder voor mekaar krijgen dan ze zouden willen, en dat het niet meetbaar is of de ene burgemeester wél was geslaagd waar de andere gegarandeerd had gefaald, valt het te verwachten reële verschil in beleidsresultaten over zes jaar binnen de statistische foutenmarge.

 

Dat het debat zo bits is, betekent dan ook niet dat er visies botsen, maar identiteiten. Ik zou iedereen daar een razend interessant boek over willen aanbevelen: The righteous mind, van moreel psycholoog Jonathan Haidt. Hij stelt daarin dat mensen psychologisch geprogrammeerd zijn om zich in gelijkgezinde (levensbeschouwelijke, morele, politieke) gemeenschappen terug te trekken, en daarbij de kloof met anderen zo groot mogelijk te maken. In politieke debatten betekent dat dat we allereerst, goeddeels onbewust en binnen een fractie van een seconde, intuïtief kiezen voor de groep waartoe we behoren – pas daarna zal onze ratio argumenten bedenken om die emotionele positie te rechtvaardigen. De rede is geen rechter, op zoek naar het ware en rechtvaardige. De rede is een advocaat, geprogrammeerd om eenzijdig te zijn. Een politieke identiteit gedraagt zich daarin niet anders dan een religieuze, of een volksnationale. Ook de kosmopoliet is een nationalist.

 

Het verklaart waarom geëngageerde mensen eindeloos studies uit de mouw kunnen schudden die hun gelijk bewijzen, terwijl ze andere negeren of niet geloven. Het verklaart waarom je op basis van iemands mening over de islam, ook redelijk goed zijn mening over de Lange Wapper, Europa, de onderwijshervorming en de klimaatverandering kan voorspellen. Het verklaart waarom mensen, als ze vier sterke tegenargumenten te horen krijgen en één eerder zwak, triomfantelijk over dat zwakke gaan honen. En het verklaart dus ook waarom twee centrumpolitici, die fundamenteel op dezelfde lijn zitten, toch de iconen kunnen worden van twee politieke subculturen die elkaar verachten als ging het om een vijandig volk.

 

Het zal goed zijn als die ingebeelde botsing, die illusie van een apocalyptische tweestrijd achter de rug is. Ik wil mijn stad terug.