Eerlijk: toen bekend raakte dat Luc Tuymans die foto van Katrijn Van Giel tot een schilderij had bewerkt, had ik nooit gedacht dat er ook maar een seconde discussie over zou ontstaan. Het plagiaat was zo overduidelijk. Maar ik werk dan ook in twee sectoren, de literatuur en de journalistiek, waar het heel helder is wat ‘plagiaat’ betekent, en ook dat het absoluut niet kan.

De reden waarom de artistieke sector al zo lang machteloos staat tegenover alles waar ze graag invloed op zou willen uitoefenen – van de hoogte van de eigen betoelaging, over het Vlaamse en federale regeringsbeleid in het algemeen, tot het stemgedrag van de gemeenschap die ze ‘een compleet ander perspectief’ aan het bieden is – is precies omdat men zich aldoor verliest in een mix van mystiek, ideologie en zelfverheerlijking, dat al te geflatteerde zelfbeeld van de kunstenaar als uitverkoren dwarsdenker.

Een jaar na de zelfgekozen dood van Hugo Claus, monster sacré van de Vlaamse literatuur, werd dat andere monster sacré, opera-directeur Gerard Mortier, gevraagd om een eerste “Hugo Clauslezing” te geven. Het werd, zoals gebruikelijk in deze tijden, een kritische bespiegeling over de Vlaamse identiteit, en een verheerlijking van de aalgladde, kwikzilveren kunstenaar die zich door geen enkele grens laat tegenhouden. Dit opiniestuk verscheen eerder in De Morgen van 26 maart 2013.