Ombudsman Tom Naegels neemt na vijf jaar afscheid. De vraag die hem het vaakst gesteld werd, moest hij nog beantwoorden.

Het viel te verwachten: nadat de media eerst werden verweten de gebeurtenissen in Keulen te hebben verzwegen, wordt hen nu verweten die gebeurtenissen te hebben opgeblazen. Sommigen spreken zelfs van “de brand in de Rijksdag van onze tijd”.

Vlaamsnationalisten, moslims, joden, uiterst linkse lezers, katholieke, mensen in armoede, vakbondslui, ouderen, mensen met een beperking… Allemaal ervaren ze een onoverbrugbare kloof tussen het perspectief waarmee zij naar zichzelf en de wereld kijken, en het perspectief van de mainstream media. Die maakt dat ze zich uitgesloten en gemarginaliseerd voelen, een gevoel dat vaak grote woede oproept.

Consequent is anders. Heb ik net een stuk gepubliceerd om te zeggen dat alle mogelijke meningen en analyses over godsdienstkritiek, vrijheid van meningsuiting, islamofobie en jihadistische moordcommando’s al jaaaren geleden gepubliceerd werden – schrijf ik er toch nog een nieuwe over. Maar ‘t is niet echt een mening over welke fundamentele waarde nu het zwaarste doorweegt. ‘t Is eerder een observatie over hoe het komt dat dit debat toch aldoor door het slop blijft ploeteren.

De reden waarom de artistieke sector al zo lang machteloos staat tegenover alles waar ze graag invloed op zou willen uitoefenen – van de hoogte van de eigen betoelaging, over het Vlaamse en federale regeringsbeleid in het algemeen, tot het stemgedrag van de gemeenschap die ze ‘een compleet ander perspectief’ aan het bieden is – is precies omdat men zich aldoor verliest in een mix van mystiek, ideologie en zelfverheerlijking, dat al te geflatteerde zelfbeeld van de kunstenaar als uitverkoren dwarsdenker.

“Negers!” stond er op de gevel van Peter Verlinden. En hij klaagde aan dat racisme in Vlaanderen vandaag op zoveel onverschilligheid stuit. Maar is dat niet net goed?

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard van 24 oktober 2013. Wat vooraf ging: ook in Vlaanderen pikken antiracistische activisten stilaan de wapens op tegen Zwarte Piet.

 

Een jaar na de zelfgekozen dood van Hugo Claus, monster sacré van de Vlaamse literatuur, werd dat andere monster sacré, opera-directeur Gerard Mortier, gevraagd om een eerste “Hugo Clauslezing” te geven. Het werd, zoals gebruikelijk in deze tijden, een kritische bespiegeling over de Vlaamse identiteit, en een verheerlijking van de aalgladde, kwikzilveren kunstenaar die zich door geen enkele grens laat tegenhouden. Dit opiniestuk verscheen eerder in De Morgen van 26 maart 2013.

1.   Het was niet voor het eerst dat het me opviel, maar hier was het wel érg treffend. Mijn goede collega Mia Doornaert, net als ik columniste bij de krant De Standaard, schreef recent precies het tegenovergestelde van wat ik amper twee dagen tevoren beweerd had. Dat is op zichzelf niet opmerkelijk (Mia Doornaert en ik schieten goed op maar zijn het doorgaans met elkaar oneens), maar wat me trof, was dat ons meningsverschil niet te wijten was aan een andere analyse van dezelfde realiteit, maar een geheel andere inschatting van hoe die realiteit er dan wel uitziet.   Om duidelijk te maken wat ik bedoel zal ik de twee columns uitgebreid citeren. Mia Doornaert begint met een anekdote over een dochter van vrienden, die in Brussel schoolloopt. Ze had een klap gekregen van een (mannelijk, islamitisch) klasgenootje, die dat rechtvaardigde door te beweren dat een man een vrouw màg slaan, “en als ze terugslaat zal Allah haar straffen.”…

Tom Naegels werd door Bart De Wever gevraagd om de inleiding te schrijven bij diens boek 'Werkbare Waarden' (Pelckmans).