De reden waarom de artistieke sector al zo lang machteloos staat tegenover alles waar ze graag invloed op zou willen uitoefenen – van de hoogte van de eigen betoelaging, over het Vlaamse en federale regeringsbeleid in het algemeen, tot het stemgedrag van de gemeenschap die ze ‘een compleet ander perspectief’ aan het bieden is – is precies omdat men zich aldoor verliest in een mix van mystiek, ideologie en zelfverheerlijking, dat al te geflatteerde zelfbeeld van de kunstenaar als uitverkoren dwarsdenker.

“Negers!” stond er op de gevel van Peter Verlinden. En hij klaagde aan dat racisme in Vlaanderen vandaag op zoveel onverschilligheid stuit. Maar is dat niet net goed?

Hé, da’s een interessante parallel. Zuhal Demir wil helemaal niets weten van Dyab Abou Jahjah (no shit, Sherlock) en stelt: als dié man een allochtoon is, noem mij dan maar een ex-allochtoon. En dat is nu eens precies dezelfde redenering als die van Vlamingen die niets willen weten van het Vlaamsnationalisme.

Een jaar na de zelfgekozen dood van Hugo Claus, monster sacré van de Vlaamse literatuur, werd dat andere monster sacré, opera-directeur Gerard Mortier, gevraagd om een eerste “Hugo Clauslezing” te geven. Het werd, zoals gebruikelijk in deze tijden, een kritische bespiegeling over de Vlaamse identiteit, en een verheerlijking van de aalgladde, kwikzilveren kunstenaar die zich door geen enkele grens laat tegenhouden. Dit opiniestuk verscheen eerder in De Morgen van 26 maart 2013.